Spataderen en open benen
De behandeling van spataderen en zogenaamde open benen behoort tot de specialiteiten van de afdeling dermatologie.
Spataderen
Spataderen zijn verwijdde aderen en komen meestal aan de benen voor. Er wordt van spataderen gesproken wanneer aan de benen duidelijk zichtbare blauwe en verdikte, meestal kronkelig verlopende, aderen aanwezig zijn. Ze worden ingedeeld in drie klassen.
Kleine spataderen
De kleine spataderen komen vaak in kluwens voor. Ze worden ook wel ‘takkebosvenen’ genoemd. Verreweg de meeste spataderen zijn van dit type en geven meestal geen klachten. Wel kunnen ze ethetisch als storend worden ervaren.
Middelgrote spataderen
Als de spataderen tot enkele millimeters dik en vele centimeters lang zijn, noemt men dat middelgrote spataderen. Ook deze geven meestal alleen klachten van cosmetische aard.
Grote spataderen
Deze spataderen zijn vaak dikke ‘kabels’. De bekendste is die van de uitwendige ader die aan de binnenzijde van het been loopt (de Vena Saphena Magna). Zelfs deze heel dikke spataderen hoeven niet altijd klachten te geven, maar als er klachten zijn kunnen deze bestaan uit:
- moe, loom en zwaar gevoel
- rusteloze benen ('restless legs')
- pijn
- bloeden uit de spatader (bijvoorbeeld na stoten)
Wanneer er sprake is van klachten is het van belang om verder onderzoek naar de spataderen te laten doen.
Voor de dermatoloog tot behandeling overgaat zal eerst nader onderzoek worden gedaan. Als duidelijk is om wat voor spataderen het gaat, bespreekt de dermatoloog met u welke methode voor behandeling zal worden gebruikt. In beginsel kan de dermatoloog uit twee mogelijkheden kiezen.
Spuiten
Door een soort ‘lijm’ in de spatader te spuiten en de ader dan dicht te drukken, wordt de spatader afgesloten en uiteindelijk door het lichaam zelf opgeruimd. Deze techniek heet sclerocompressie therapie. In de praktijk komen vooral de kleine en middel-grote spataderen hiervoor in aanmerking. Na het inspuiten moet de patiënt gedurende een bepaalde periode (meestal 2-4weken) een elastische kous dragen. Deze kous kunt u bij de apotheek halen en u neemt die mee op de dag van behandeling.
Flebectomie
Na plaatselijke verdoving maakt de dermatoloog een klein gaatje waardoor met een soort haaknaald een spatader wordt opgevist en weggetrokken. Dat heet flebectomie. Het wondje wordt afgeplakt met een stripje. Een week lang draagt u ook nog een drukverband om het been.
Strippen
De grote spataderen kunnen operatief verwijderd worden. Dat heet strippen. Voor deze ingreep verwijst de dermatoloog naar de vaatchirurg.
Open been
Een open been of "ulcus cruris" is een wond aan het (onder)been die niet wil genezen. De wond is vaak met een geel beslag of met een korst bedekt. Soms is de wond bedekt met dode huid en bindweefselcellen die een zwart vlies vormen over de bodem ervan.
Open benen komen heel veel voor, vooral bij ouderen die al langere tijd klachten hebben van slecht functionerende aderen waardoor vocht in de benen omnvoldoende wordt afgevoerd (medische term:‘chronische veneuze insufficientie’) of problemen met de slagaderen. Chronische veneuze insufficientie is de meest voorkomende oorzaak van open been.
Om goed gezond te blijven heeft de huid voortdurend zuurstof en voeding nodig. Dit wordt door de kleine bloedvaatjes in de huid aangevoerd. Zodra om welke reden dan ook de toevoer van bloed naar bepaalde plekken in de huid sterk vermindert krijgt de huid onvoldoende bloed en sterft af. Op deze plek ontstaat dan een wond.
Een belangrijk element in de behandeling van het open been door chronische veneuze insufficientie is de bloedafvoer vanuit het been naar het hart bevorderen. Om dat te bereiken zwachtelt een dermatologisch assistente op de polikliniek dermatologie het been in. Dit leidt tot vermindering van druk in de bloedvaten, vermindering van het oedeem en daardoor een verbetering van de doorbloeding van de huid. Deze speciale zwachtels geven bij staan en lopen een druk op het been, terwijl deze druk ‘savonds wegvalt. Belangrijk is dat de patiënt goed blijft lopen, zodat het vocht in de benen door de kuitspieren actief wordt afgevoerd richting hart. Het verband blijft in de regel 4-7 dagen zitten. Als de wond dicht is, krijgt u nog een elastische kous aangemeten. Deze kous moet u blijven dragen om te voorkomen dat opnieuw een open been ontstaat.