Zoek

 

Contactgegevens

 

Louwesweg 6
1066 EC  Amsterdam

Postbus 90440
1006 BK  Amsterdam

 

 020 - 512 93 33

   info@slz.nl

Voor het telefoonnummer van de Spoedeisende Hulp kunt u hier klikken

Haren en Nagels

Haren
Een haar ontspruit uit een zakje, dat samen met een talgklier een haarfollikel vormt. Met uitzondering van de lippen, de handpalmen en de voetzolen zijn er over het gehele lichaam haarfollikels te vinden. Er zijn twee soorten haren: vellusharen en terminale haren (eindstadium van een haar).
De vellusharen zijn zeer fijne, niet gepigmenteerde donshaartjes van ongeveer 2-3 mm lengte. Onder invloed van geslachtshormonen veranderen in de puberteit de vellusharen in de oksels en de schaamstreek in dikkere gepigmenteerde terminale haren. Bij de man ontstaat dan ook terminale beharing in het gelaat, op de romp, de armen en de benen.
We kennen een typisch mannelijk en vrouwelijk beharingspatroon. Dat wordt bepaald door de geslachtshormonen.
De haargroei heeft een cyclisch karakter. Elke haarfollikel heeft zijn eigen ritme met drie in tijdsduur wisselende perioden: een periode van groei (anagene fase), een rustperiode (telogene fase) en een dode fase (katagene fase) waarna het haar uitvalt. Daarna begint de haarfollikel aan een nieuwe groeicyclus. In tegenstelling tot de meeste zoogdieren lopen bij de mens de cycli van de haarfollikels niet gelijk. De mens kent geen periode waarop alle haren tegelijk uitvallen.
De levensduur van een hoofdhaar is twee tot zes jaar. Op de rest van het lichaam is de cyclus korter. Van de 100.000 tot 150.000 haren op het menselijk hoofd bevindt 85% zich in de groeifase, 14% in de rustfase en 1% in de dode fase.

Nagels
De nagels bestaan ook uit dood hoornmateriaal. De nagel groeit vanuit het nagelbed. De nagels van de vingers groeien ongeveer 3 mm per maand, terwijl de teennagels slechts 0,51 mm per maand groeien. Dat betekent dat de nagel van de grote teen er bij een volwassene dus ongeveer een jaar of meer over doen om zich helemaal te vernieuwen.
Tussen de huid en de nagel bevindt zich een dunne huidlaag, de nagelriem, die een goede afgrenzing vormt met de buitenwereld. Het steeds terugschuiven van de nagelriem geeft een verhoogde kans op infecties.