Zoek

 

Contactgegevens

 

Louwesweg 6
1066 EC  Amsterdam

Postbus 90440
1006 BK  Amsterdam

 

 020 - 512 93 33

   info@slz.nl

Voor het telefoonnummer van de Spoedeisende Hulp kunt u hier klikken

Diabetes

Wat is Diabetes

Waarom en hoe behandelen

Ons diabetesteam

Speerpunten

Diabetescursus

Reisadviezen

Contact Diabetespoli

Info voor professionals

Voor verwijzers

Centraal Meldpunt, Maroc

Centraal Meldpunt, Turkey

Diabetes en Ramadan

Informatiefilms

Wachttijden

Spreekuren

Links en Brochures

Slotervaartziekenhuis

Medische behandeling

Medische behandeling

De behandeling van diabetes verschilt met het type diabetes. Door de verschillende ontstaanswijzen van diabetes type 1 en diabetes type 2 zijn de behandelmogelijkheden van diabetes type 1 en  diabetes type 2 gedeeltelijk verschillend.

Bij diabetes type 1 produceert de alvleesklier geen insuline. De behandeling is daarom altijd met toediening van insuline. Toediening gebeurt meestal met insuline-injecties in het onderhuidse vetweefsel.

Tegenwoordig streven artsen ernaar om de glucosespiegel zoveel mogelijk te laten lijken op de natuurlijke glucosespiegel. Daarom is het soms zoeken naar de juiste insuline en de juiste dosering.

Afhankelijk van welke soort insuline wordt gebruikt moet 2 tot 5 maal per dag insuline toegediend worden. Het onderhuidse vetweefsel van buik en benen is het meest geschikt voor het toedienen van de insuline.
Mensen bij wie het niet lukt om de diabetes goed in te stellen met insuline-injecties wordt soms gebruik maken van een insulinepomp. Deze pomp wordt ingebracht in het onderhuidse vetweefsel en kan continu stootjes kortwerkende insuline afgeven. Nadeel van de insulinepomp is dat die kans geeft op ontstekingen, lastig is in te stellen en intensieve controle vergt.

Een diëtist geeft instructie met betrekking tot het voedingspatroon waarmee rekening gehouden moet worden in verband met de ziekte en het gebruik van insuline en daarnaast kan zij u tips geven hoe u zich een nieuw en gezonder voedingspatroon het gemakkelijkst eigen maakt. 

Bij diabetes type 2  geeft de alvleesklier wel insuline, maar is dit onvoldoende, of is er sprake van dat de lichaamscellen niet gevoelig zijn voor de werking van insuline. Daarvoor bestaande verschillende behandelingsmogelijkheden.
Als de diabetes in een vroeg stadium wordt opgespoord, kan een dieet eventueel in combinatie met extra bewegen/afvallen uitkomst bieden. Voor alle diabetespatiënten is aan te raden  om samen met een diëtist een op de eigen behoefte afgestemd voedingsschema te maken. De diëtiste kan ook aangeven hoe je op een gezonde manier kan "snoepen".

Een gezond voedingspatroon samen met een gezond gewicht en bewegingspatroon maakt dat de diabetes beter onder controle gehouden kan worden doordat de glucosespiegel lager wordt.                                                                                                                                                                                  

Als dieet en bewegen niet voldoende resultaat geeft is de volgende stap ondersteuning met medicijnen. Dat zijn dan glucoseverlagende tabletten. Daarvan bestaan verschillende soorten, elk met hun eigen eigenschappen. Per individu kan het verschillen welke soort en welke dosering tabletten er gebruikt worden.

Als diabetes type 2 verder vordert dan zijn tabletten en dieet/bewegen/afvallen samen ook niet meer voldoende. Dan worden insuline-injecties toegevoegd aan de therapie. Afhankelijk van welke insuline er wordt gebruikt , moet de insuline 2 tot 5 maal per dag worden toegediend. Het onderhuidse vetweefsel van buik en benen is het meest geschikt voor het toedienen van de insuline. Komt men er dan nog niet uit, dan bestaat er ook bij diabetes type 2 de mogelijkheid om de insuline-pomp te gebruiken.