Vroegtijdige opsporing nierschade voorkomt ellende
Door diabetes kan nierschade ontstaan. Klachten van nierschade treden pas op als de nierschade ver gevorderd is.
De klachten zijn heel diffuus van aard zoals vermoeidheid, lamlendig gevoel, jeuk en vocht vasthouden. Veel ellende valt te voorkomen door tijdig op zoek te gaan naar tekenen die wijzen op mogelijke nierschade.
Om nierschade vroegtijdig op te sporen moet bij een diabetespatiënt 1 maal per jaar de urine onderzocht worden op eiwitverlies. De mate van eiwitverlies zegt iets over de mate van nierschade.
Naar schatting krijgt tussen de 20 en 50 % van alle mensen met diabetes nierschade.
Naast diabetes zijn er andere risicofactoren die een rol spelen bij het ontwikkelen van nierschade. Deze risicofactoren zijn onder andere hoge bloeddruk en roken. Ook is het risico groter als er al andere hart-en vaatziekten dan hoge bloeddruk bestaan en als nierschade in de familie voorkomt.
De vaak voorkomende urineweginfecties bij diabetes kunnen eveneens nierschade veroorzaken. Het is daarom zaak urineweginfecties zorgvuldig te behandelen.