Rugpijn bestrijden met een goed gesprek, het is even wennen
Amsterdam, maandag 25 juni 2007
Ziekenhuisarts wil meer doen dan pillen geven en snijden 'je moet de dokter meer zien als een coach' Onder andere het Slotervaartziekenhuis en het Jan van Breemen Instituut houden zich meer dan ooit bezig met aanvullende behandelingen.
Praatsessies, yoga, babymassages, kleurschakeringen: ze maken de zieke niet beter, maar zorgen wel voor een beter gevoel.
Door Corrie Verkerk
Op het raam van de behandelkamer balt Winnie de Poeh een vuist, kleine handpoppen sieren de vensterbank en de muur is veranderd in een kleurig vakantietafereel. In het midden van de kamer staat arts Ines von Rosenstiel. Dit is haar domein. Aan haar stethoscoop hangt een minibeertje. Drie jaar terug trad ze aan als hoofd van de kinderafdeling van het Slotervaartziekenhuis. Een hoofd met een missie: een nieuwe filosofie integreren in de reguliere zorg.
Daarbij speelt het welbevinden van de patiënt een belangrijke rol. Hoe kun je zorgen dat die zich prettiger voelt? Minder angstig en meer ontspannen?
"Omgevingsfactoren zijn heel belangrijk," weet Von Rosenstiel. Licht, muziek, kleuren en geuren bijvoorbeeld. Maar er is meer. In de gang van de kinderafdeling hangt een poster voor een 'cursus rust', waarop een meisje in yogahouding poseert. Yoga kan rustgevend werken op patiëntjes met chronische hoofd- en buikpijn. Ook hypnose, babymassage, stressreductie en cursussen over bijvoorbeeld voeding behoren tot het pakket.
Hocus pocus?
Nee, beklemtoont Von Rosenstiel. "Alles wat we hier doen is wetenschappelijk onderbouwd. Als er ook maar enige twijfel is, beginnen we er niet aan." De aanpak trekt wel veel belangstelling. "Dat is de tijdgeest. Het is ineens een hype. Toen we indertijd bekendmaakten dat we een 'life style poli' voor kinderen met obesitas begonnen, keek iedereen ons aan alsof we niet goed wijs waren. Nu zijn we de grootste poli in Nederland, met vijfhonderd patiëntjes. En elke dag zouden we nog wel meer kinderen kunnen helpen." In het Slotervaart krijgen die kinderen geen standaarddieet. "We vragen hun hoe ze zelf het liefst met afvallen willen beginnen. Als dat een kwartiertje fietsen naar school is, dan maken we een contractje en gaan van start." Zelf meedenken over je ziekteproces is een van de belangrijkste peilers van het vijftienjarenplan waarmee ze een omslag wil maken in het stereotype ziekenhuisdenken. "De normale redenering is : 'U bent de arts. U heeft er toch voor geleerd?' Maar zelf zie ik meer in een situatie waarbij de arts meer als coach wordt gezien en de patiënt als een soort mederegisseur van zijn ziekte." Zo heeft die laatste deels het heft in handen. En dat motiveert."
Wat haar zelf heeft gemotiveerd om zich te verdiepen in deze 'integratieve geneeskunde'?
Ze is nieuwsgierig, zegt de kinderarts van zichzelf. Geïnteresseerd in andere culturen en filosofiëen. "Ik ben een reiziger. Al vanaf mijn achttiende reis ik. Ben ik hier niet aan het werk, dan zit ik in het buitenland. Na twaalf jaar op de intensive care van het AMC vond ik het tijd voor een sabbatical. Ik leerde Spaans, kocht een paard en ben drie maanden met een tentje door Bolivia, Peru en Chili gereisd." Een foto van arts en paard siert haar kantoortje. Von Rosenstiel trok ook door Azië, waar ze onder meer in een boeddhistisch klooster woonde. "Daar leefde je letterlijk op rijst en een appel per dag." En toen Tibetaanse artsen haar vroegen hen een dag per week bij te staan, pakte ze die ervaring met beide handen aan. Ze werd er getroffen door de hechte band tussen patiënt en arts. "Ook de verhouding tussen lichaam en geest kreeg opvallend veel aandacht. Ik dacht: 'Daar wil ik iets meer mee doen'. Tot die tijd was het alleen maar een hobby." Von Rosenstiel is ook één van de mensen achter de organisatie Medical Checks for Children, die kinderen in de derde wereld medische hulp biedt. Een reeks foto's van patiëntjes aan de kleine kantoorwand illustreren haar betrokkenheid. Op zoek naar een plek waar ze zich meer zou kunnen bekwamen belandde ze in het Childrens Hospital in Boston. "Daar is deze aanpak de normaalste zaak van de wereld. Ook gerenommeerde Amerikaanse academische ziekenhuizen doen eraan mee."
Terug in Nederland vond ze in het Slotervaartziekenhuis een gewillig oor voor haar plannen. Het komt voor dat ouders van voormalige patiëntjes haar nog bellen. "Laatst nog een ouder wiens kind vreselijk onrustig in een ziekenhuis lag. Ik heb toen een koptelefoontje met rustige muziek aangeraden en eventueel massage. Dat heeft men toen ook gedaan. Kinderen zijn nog heel gevoelig, leven in hun eigen fantasiewereldje. Ze reageren heel sterk op muziek, maar ook visuele prikkels en hypnose. Niet dat je zo de pijn weg kunt nemen, maar je maakt het minder angstig, aangenamer. Dat is de winst."
Het begrip alternatieve geneeskunde gebruikt ze niet. Dat zou bij sommige sceptici maar een fout beeld scheppen. "Wat ik doe, is gebruikmaken van the best of aanvullende methodes, waarvan de werking wetenschappelijk is onderzocht. Nieuwe dingen, maar wel onderbouwd. Je vind mij in het midden, tussen het ongenuanceerde enthousiasme en de scepsis zonder open blik."
Voorzichtigheid is altijd geboden, weet Von Rosenstiel. "Sommige patiënten zoeken, naast het ziekenhuis, ook baat bij andere middelen, onder het motto baat het niet dan schaadt het niet. Maar niks is minder waar. Als je bijvoorbeeld depressief bent en stiekem sint-janskruid slikt, kan dat een heel foute reactie opleveren in combinatie met andere medicijnen. Chinese kruidentheeën kunnen te veel lood bevatten, waar-door een kindje juist achteruit kan gaan. Je zou dat soort middelen eigenlijk allemaal moeten laten testen."
Met vijf anderen heeft ze het Nikim opgericht (Nationaal informatie en kenniscentrum integrated medicine). "Er zijn veel artsen en ziekenhuizen die facetten uit deze filosofie gebruiken. Dat weten we lang niet altijd van elkaar. Meer uitwisseling zou geweldig zijn."
Er is nog veel winst te behalen, gelooft ze. Ze heeft dus dat vijftienjarenplan. Einddoel? "Een omwenteling in de relatie tussen artsen en patiënten."
En dan?
Dan is het weer tijd voor een sabbatical.
Een andere instelling waar men anders werkt, is het Jan van Breemen Instituut. Een speciaal 'rugteam' werkt bij patiënten met chronische rugklachten niet met oefeningen en revalidatie, maar met gesprekken. Bert is één van die patiënten. Spierverkramping en een vernauwing zorgen voor hevige pijn. Hij voelt zich rot. Emotioneel. Vroeger was niks te veel, nu heeft hij het idee niks meer te kunnen. "Soms denk ik: 'dit gaat nooit meer over'. Dan smeer ik me in, leg een elektrisch kussen in bed, slik meer medicijnen." Therapeute Carla Kraaij luistert aandachtig. "Je zou ook kunnen denken: die pijn, die spierverkramping, hoort erbij," zegt ze. "Ik ben aan het opbouwen. Natuurlijk voel ik dat."
In eerste instantie begrijpen patiënten niet direct dat ze bij deze behandeling hun trainingspak kunnen thuislaten, weet Joke Vollebregt, stafarts revalidatiegeneeskunde. Niet sporten maar práten? Wat kan dat nou oplossen? Veel, weet het team. Vollebregt: "Vaak lopen mensen van de ene arts naar de volgende fysiotherapeut, tot ze het hele circuit wel gehad hebben." En dan gaat er heel wat om in het toch al gepijnigde lijf. Petra Siemonsma, die wetenschappelijk onderzoek doet naar de nieuwe behandelaanpak: "De één denkt dan bij plotselinge pijn 'oh, ik krijg een dwarslaesie', de ander slechts aan de zware verhuiskisten die hij de vorige dag heeft getild." Vollebregt: "Als je hoort dat je wervels versleten, zijn kan dat in je hoofd een eigen leven gaan leiden. Je verkrampt, je beweegt je angstiger en je ziet je wervelkolom als iets dat langzaam afbrokkelt." Terwijl je ook kunt denken: door meer bewegen worden mijn spieren sterker. "En dan ga je heus wel lopen."
Siemonsma: "We laten patiënten zelf vertellen hoe ze over hun pijn denken en wat ze er het liefst aan zouden willen veranderen." Doel is, hun zelf een belangrijke rol in hun eigen ziekteproces te geven. Zo wordt alle deelnemers gevraagd naar de drie rugproblemen die hen het meest dwars zitten. Het lang in een rij moeten wachten, reageerde een patiënte. En de angst niet meer in staat te zijn ongedwongen met haar kind te spelen. "Daar kunnen we dan mee aan de slag."
Niet dat de pijn daarmee als sneeuw voor de zon verdwijnt, maar die informatie kan wel helderheid verschaffen. "Je brengt gedachten in kaart en daagt die vervolgens uit. Als je weet waar de pijn vandaan komt, kun je het een plekje geven en beter leren functioneren." En de patiënt is bovendien een enorm ei kwijt. Niet dat de fysio- en ergotherapeuten die de praatsessies geven, voor psycholoogje mogen spelen. Daar zijn anderen voor. Vollebregt: "Zoals je ook een psycholoog geen handgewrichten laat behandelen." De therapeuten krijgen wel een training. "Want dit is natuurlijk iets heel anders dan waarvoor ze zijn opgeleid."
In de behandelkamer probeert therapeute Carla Kraaij de verhevigde rugklachten van Bert te verklaren. Het wordt al snel duidelijk. Op zijn werk vinden ze dat hij best langer kan gaan werken. Bert wil wel, maar voelt dat hij nog niet zo ver is. "Ik houd van mijn werk, maar na een paar uur ben ik doodop." Schuldgevoelens en spanningen hebben zich opgehoopt, met alle verkramping en extra pijn van dien. Kraaij kent de symptomen. "Gelukkig zijn er artsen die daarin met ons meegaan." Maar er zijn ook nog voldoende medici die zich er niets gelegen aan laten liggen.
"Met deze opzet zijn we in Nederland op dit moment de enige. Misschien zelfs wel in heel Europa," aldus Siemonsma. Zo'n zeventig patiënten doen inmiddels mee met het onderzoek en het instituut kan er nog wel zeventig gebruiken. In aanmerking komen mensen die ouder dan achttien jaar en jonger dan zeventig zijn, die langer dan drie maanden en korter dan vijf jaar klachten hebben. "Het is de bedoeling dat de patiënt daarna weer kan oppakken wat hij of zij belangrijk vindt." Na de behandeling worden de patiënten nog een jaar lang gevolgd. Siemonsma: "En de eerste 32 hebben allen laten weten dat hun situatie is verbeterd." Voor het onderzoek van het Jan van Breemen Instituut kan men zich aanmelden bij: rugklachten@janvanbreemen.nl of op de voicemail van 020.4123384 Opereren bij gedempt licht In de hal van het Slotervaartziekenhuis vallen direct de uitbundige kleuren op van het stiltecentrum. Binnen is de inrichting sober en strak. De buitenmuur echter wordt gedomineerd door een enorm werk van Karel Appel. "Dat past helemaal in de filosofie van ons ziekenhuis," zegt woordvoerder Hans Dorrestein. Kleur is belangrijk en ontspant, is de achterliggende gedachte.
Er zijn nog meer ziekenhuizen die elementen uit die filosofie gebruiken. Rustgevende kleuren zijn al lang geen uitzondering meer. Ook het werken met gedempt licht in operatiekamers - prettiger voor zowel het personeel als de patiënt - wordt al lang niet meer als onzin bestempeld. Bij het Nijmeegse academische ziekenhuis UMC St. Radboud denkt een van de kinderpsychologen er inmiddels over, aanvullendebehandelingen te gaan geven. In het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis zit een dergelijke aanpak, aldus een woordvoerder 'nog in de pen'. In het bij het ziekenhuis aangesloten Ingeborg Douwes Centrum wordt al extra aandacht besteed aan kankerpatiënten, nadat zij het behandelcircuit en het ziekenhuis hebben verlaten. "Dan zit iemand thuis en is er op eens het besef 'wat is me allemaal overkomen'," aldus de bij het centrum betrokken chirurg Rudi Butzelaar. In het Ingeborg Douwes Centrum kunnen ze daarover in een niet-ziekenhuisachtige omgeving van gedachten wisselen. Butzelaar: "Overigens bieden we geen alternatieve, maar psychosociale zorg voor kankerpatiënten en hun partners."
Inmiddels zijn er acht van deze centra. De resultaten zijn volgens de initiatiefnemers, verbluffend. "Vaak zie je hoe man en vrouw weer naar elkaar toe groeien, nadat ze tijdens het ziekteproces vaak niet meer met elkaar konden praten, elkaar spaarden." psycholoogje spelen voor therapeut taboe.
Copyright: Het Parool