[ Flohill - Patholoog ]
Het onderzoek van de patholoog richt zich op cellen en weefsel van de patiënt.
Er zijn twee momenten waar onderzoek door de patholoog aan de orde is.
Allereerst als de patiënt voor het eerst naar het ziekenhuis komt.
Cellen uit de borst die door de radioloog worden opgezogen met een “punctie” worden door de patholoog met een snelkleuring onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen. Ook kunnen stukjes weefsel(histologische biopten) uit de borst worden afgenomen. Net als de cellen zal het weefsel in een later stadium verder worden onderzocht door de patholoog om de diagnose zeker te stellen.
Het tweede moment waarbij de patholoog in actie komt is tijdens en na de operatie.
Tijdens de operatie zal de chirurg een schildwachtklier(de dichtstbijzijnde lymfklier) verwijderen en deze naar de patholoog sturen om te onderzoeken of er uitzaaiingen dus kankercellen aanwezig zijn. Als dat zo is kan de chirurg besluiten de rest van de lymfklieren in de oksel te verwijderen.
Na de operatie zal de patholoog onderzoeken of de tumor in zijn geheel is weggenomen. Als dat niet zo is kan een tweede operatie nodig zijn.
Daarnaast wordt de tumor op een aantal kenmerken onderzocht die voor de nabehandeling belangrijk zijn.
Alle uitslagen worden in een team van behandelaars besproken en een behandelplan wordt opgesteld.
Het onderzoek van de patholoog richt zich op cellen en weefsel van de patiënt.
Er zijn twee momenten waar onderzoek door de patholoog aan de orde is.
Allereerst als de patiënt voor het eerst naar het ziekenhuis komt.
Cellen uit de borst die door de radioloog worden opgezogen met een “punctie” worden door de patholoog met een snelkleuring onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen. Ook kunnen stukjes weefsel(histologische biopten) uit de borst worden afgenomen. Net als de cellen zal het weefsel in een later stadium verder worden onderzocht door de patholoog om de diagnose zeker te stellen.
Het tweede moment waarbij de patholoog in actie komt is tijdens en na de operatie.
Tijdens de operatie zal de chirurg een schildwachtklier(de dichtstbijzijnde lymfklier) verwijderen en deze naar de patholoog sturen om te onderzoeken of er uitzaaiingen dus kankercellen aanwezig zijn. Als dat zo is kan de chirurg besluiten de rest van de lymfklieren in de oksel te verwijderen.
Na de operatie zal de patholoog onderzoeken of de tumor in zijn geheel is weggenomen. Als dat niet zo is kan een tweede operatie nodig zijn.
Daarnaast wordt de tumor op een aantal kenmerken onderzocht die voor de nabehandeling belangrijk zijn.
Alle uitslagen worden in een team van behandelaars besproken en een behandelplan wordt opgesteld.