De Mamma-poli van het
slotervaartziekenhuis is ge-
waardeerd met het Pink Ribbon keurmerk.

Website Borstkankermonitor »

Contactgegevens

Algemeen nummer
020 512 9333

Spoedeisende hulp
020 512 4113


 
Info@slz.nl
Adres:Louwesweg 6
1066EC Amsterdam
Post:Postbus 90440
1006BK Amsterdam

Bereikbaarheid

Uw postcode:
Aankomsttijd:  
Bereken mijn route met:
 

» U bevindt zich op de deelsite: Mamma-poli.
 

 

Formulier voor een vraag of een opmerking

Uw naam:
Uw e-mailadres of telefoon:
(Bovenstaande velden niet verplicht. Alleen nodig om een antwoord te ontvangen als u een vraag heeft.)
Uw vraag of opmerking:

Pathologisch onderzoek

[ Flohill - Patholoog ]

 

Het onderzoek van de patholoog richt zich op cellen en weefsel van de patiënt.
Er zijn twee momenten waar onderzoek door de patholoog aan de orde is.
Allereerst als de patiënt voor het eerst naar het ziekenhuis komt.

Cellen uit de borst die door de radioloog worden opgezogen met een “punctie” worden door de patholoog met een snelkleuring onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen. Ook kunnen stukjes weefsel(histologische biopten) uit de borst worden afgenomen. Net als de cellen zal het weefsel in een later stadium verder worden onderzocht door de patholoog om de diagnose zeker te stellen.
 
Het tweede moment waarbij de patholoog in actie komt is tijdens en na de operatie.

Tijdens de operatie zal de chirurg een schildwachtklier(de dichtstbijzijnde lymfklier) verwijderen en deze naar de patholoog sturen om te onderzoeken of er uitzaaiingen dus kankercellen aanwezig zijn. Als dat zo is kan de chirurg besluiten de rest van de lymfklieren in de oksel te verwijderen.
 
Na de operatie zal de patholoog onderzoeken of de tumor in zijn geheel is weggenomen. Als dat niet zo is kan een tweede operatie nodig zijn.

Daarnaast wordt de tumor op een aantal kenmerken onderzocht die voor de nabehandeling belangrijk zijn.
Alle uitslagen worden in een team van behandelaars besproken en een behandelplan wordt opgesteld.
Het onderzoek van de patholoog richt zich op cellen en weefsel van de patiënt.
Er zijn twee momenten waar onderzoek door de patholoog aan de orde is.
Allereerst als de patiënt voor het eerst naar het ziekenhuis komt.

Cellen uit de borst die door de radioloog worden opgezogen met een “punctie” worden door de patholoog met een snelkleuring onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen. Ook kunnen stukjes weefsel(histologische biopten) uit de borst worden afgenomen. Net als de cellen zal het weefsel in een later stadium verder worden onderzocht door de patholoog om de diagnose zeker te stellen.
 
Het tweede moment waarbij de patholoog in actie komt is tijdens en na de operatie.

Tijdens de operatie zal de chirurg een schildwachtklier(de dichtstbijzijnde lymfklier) verwijderen en deze naar de patholoog sturen om te onderzoeken of er uitzaaiingen dus kankercellen aanwezig zijn. Als dat zo is kan de chirurg besluiten de rest van de lymfklieren in de oksel te verwijderen.
 
Na de operatie zal de patholoog onderzoeken of de tumor in zijn geheel is weggenomen. Als dat niet zo is kan een tweede operatie nodig zijn.

Daarnaast wordt de tumor op een aantal kenmerken onderzocht die voor de nabehandeling belangrijk zijn.
Alle uitslagen worden in een team van behandelaars besproken en een behandelplan wordt opgesteld.