[ Marilyn Pinas - radiologe ]
Het radiologisch onderzoek van de patiënten, die door de huisarts zijn verwezen naar de mammapolikliniek bestaat meestal uit een röntgenonderzoek (mammografie) en een echografisch onderzoek van de borst. Hierbij worden vrijwel altijd beide borsten onderzocht. Niet alleen om te kunnen vergelijken, maar soms wordt in de andere borst bij toeval ook iets ontdekt, in een vroeg stadium. Op basis van deze onderzoeken is vaak al met grote zekerheid uitsluitsel te geven over de aard van de aandoening van de borst. Zo kan in geval van een cyste, dat is een plaatselijke ophoping van vocht, vrijwel direct gezien worden dat het om een dergelijke goedaardige cyste gaat. In geval van een kwaadaardigheid is dit soms ook op de röntgen- en echografie met zekerheid te zien. Voor de definitieve bevestiging van het vermoeden op een goedaardige of kwaadaardige afwijking is vaak een punctie nodig. Dit kan soms door een punctie met een dunne naald direct tijdens de echografie gebeuren, terwijl in andere gevallen een punctie met een wat dikkere naald nodig is. In dat geval wordt er eerst een lokale verdoving gegeven.
Het Bevolkingsonderzoek op Borstkanker
In Nederland neemt een groot aantal vrouwen tussen 50 en 75 jaar iedere 2 jaar deel aan het bevolkingsonderzoek op borstkanker en een aantal daarvan wordt doorverwezen voor nader onderzoek. De eerder al gemaakte foto’s worden hier altijd herhaald, omdat daarop soms al blijkt dat de vermeende afwijking slechts schijn was, een drogbeeld en dus niet op een reële afwijking berust. Vaak doen we dan toch ook voor de zekerheid nog een echo, en adviseren vaak nog een controle foto over enkele maanden. Gelukkig blijkt bij ongeveer tweederde van de vrouwen uit het bevolkingsonderzoek dat het om een goedaardige afwijking gaat. Als het om een kwaadaardig gezwel gaat, wordt dit vaak in een vroeg stadium ontdekt en is dus nog niet voelbaar voor patiënt of dokter. Dat is natuurlijk ook de reden waarom dit bevolkings-onderzoek wordt gedaan.
Het bevolkingsonderzoek is helaas niet staat om alle aanwezige tumoren te zien. Soms zijn ze nog te klein om op te vallen op een foto of gaan geheel schuil in het normale klierweefsel, zodat het heel belangrijk is dat wanneer u een afwijking voelt in de borst altijd contact opneemt met uw huisarts, ook als het bevolkingsonderzoek kort voordien normaal was.
In veel gevallen gaat het bij een verwijzing door het bevolkingsonderzoek om kalkspatjes in de borst. Deze kalkspatjes kunnen volledig onschuldig zijn. Ze kunnen echter soms ook berusten op kwaadaardige cellen. Heel vaak betreft het dan een voorstadium van borstkanker. Het is van groot belang in dit nog niet gevaarlijke stadium de diagnose zeker te stellen, voordat we met een echt kwaadaardige tumor te maken hebben.
Om de gevonden kalkspatjes te duiden als goedaardig (door allerlei afwijkingen verder niet van belang) of kwaadaardig (voorstadium van borstkanker) is aanvullend onderzoek nodig. Op een speciale röntgentafel verbonden met een computer kan een deel van het weefsel met de kalkspatjes verwijderd worden met een dikke punctienaald. De patholoog beoordeelt vervolgens onder de microscoop wat de verklaring is van de kalkspatjes in de borst. Dat kan in de praktijk enkele dagen duren.
De afdeling radiologie stelt zich ten doel alle vrouwen met een afwijking in de borst goed en adequaat te diagnosticeren met een betrokken team. In een periode van spanning over de diagnose is het belangrijk om met duidelijke informatie en begrip voor de begeleidende emoties een veilig gevoel te krijgen, ondanks de technische omgeving. De ervaring van de radiologen met de uitvoering van het bevolkingsonderzoek onderstreept hun betrokkenheid.